Het avondlandcomplex ´Een kleine verhandeling over de bevrijding van schuldgevoelens´



´Een kleine verhandeling over de bevrijding van schuldgevoelens´ is de ondertitel van ´Het Avondlandcomplex´, van Alexandre Del Valle, “nom de plume” van Marc d’Anne (°1968, Marseille). Een soixante-huitard mag je de man evenwel niet noemen, vermits er niet aan getwijfeld wordt dat hij tot het rechtse en neo-Spengleriaanse kamp behoort.

n Frankrijk staat Del Valle bij sommigen bekend als islamofoob de deuxième degré en werd hij al een paar keer net niet gelyncht door de media, omwille van al te krasse uitspraken. Naar eigen zeggen was dat omdat hij het durfde opnemen tegen de gedachtepolitie. Ook naar eigen zeggen is hij ondertussen, wat ouder en wijzer, naar centrumrechts opgeschoven. Del Valle is historicus en werkte onder meer voor Le Figaro. Zijn historische kennis en journalistieke vertrouwdheid met het doen en laten van de politiek zijn onmiskenbaar een pluspunt. Dat hij als conservatieve Fransman vooral voor Fransen schrijft, is dat minder. Een behoorlijk aantal verwijzingen zijn enkel binnen de zeshoek relevant en veruit de meeste daarvan zijn naar Franse auteurs. Edmund Burke blijft begraven en Roger Scruton wordt één keer vernoemd en dan nog en passant. Wie dan weer wel mee op het podium mag, is Samuel Huntington en zijn botsende beschavingen.

Le Complexe occidental verscheen al in 2014, maar de vertaling wordt pas nu door uitgeverij De Blauwe Tijger in de vitrine gelegd. Bij die uitgeverij vonden ook Paul Cliteur en Douglas Murray onderdak, net als Thierry Baudet en Wim Van Rooy. Of De Blauwe Tijger een kaskraker in huis haalde, is twijfelachtig, want nagenoeg alles wat in het boek verteld wordt, staat ook elders te lezen. In vier hoofdstukken, verdeeld over 227 bladzijden, lezen we dat Europa – maar dat is dus vooral Frankrijk – aan een collectieve depressie lijdt, een syndroom van een gecollectiviseerde schuld (blz. 9). Uit strategische en geopolitieke overwegingen is er nood aan een positiever, eurocentrisch zelfbeeld. Daarvoor moeten we (1) de endemische desinformatie ontcijferen en (2) een therapie van morele herbewapening (sic) opstarten.


In hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4 wordt duidelijk dat Del Valle de depressie en de bijhorende therapie letterlijk neemt. De diagnose bestaat uit een vreemde mix van Festingers cognitieve dissonantie (dat is acceptabel), de semantische magneten van Bruno Lussato en de algemene semantiek van Alfred Korzybski (wiens theorie over la carte et le territoire ook de titel leverde voor een roman van Houellebecq. Eigen opmerking, NDC). Door die cocktail worden we, aldus Del Valle, neurolinguïstisch geprogrammeerd en kunnen neurosemantische virussen binnengeloodst worden. Zoals minderhedenverheerlijking en zelfbeschuldiging. Hoe men voor dergelijke aandoening een heel werelddeel in therapie neemt, is ondergetekende niet duidelijk, maar Del Valle geeft wel concrete tips, zoals het reciteren van positieve ideeën (blz. 180). De psychologische poot van het betoog is dermate overtuigend dat ik na lectuur meteen in de tuin ging kijken of er geen UFO was geland. Maar goed, net als bij het individu, moet het collectief zich van het schuldbewustzijn verlossen en inzien dat het om een toeschrijvingsfout gaat (blz. 177) die te wijten is aan desinformatie (blz. 92 e.v.) die bestaat uit demonisering van het Westen, het typisch christelijke schuldbesef (de erfzonde) en de ridiculisering van concurrerende representaties, i.c. het nazificeren van de rechts-leunende burgers. Dat wordt allemaal met voorbeelden geïllustreerd.


Cruciaal voor de reconquista van de Europese ziel is de opwaardering van de katholieke traditie. Alles waar het Westen voor staat, is immers doordesemd door de nalatenschap van de Kerk. Del Valle vindt Richard Dawkins en Michel Onfray best respectabel, want ze zijn tegen alle godsdiensten, maar wat niet langer door de beugel kan, is de Kulturkampf (sic) die zich enkel tegen het katholicisme richt. Niet omwille van het geloof, maar omdat dit muteert naar een ontkenning van de Europese identiteit. Del Valle zet zich af tegen de postseculiere, mondiale supersamenleving, samengeroepen rond

mensenrechten, pacifisme en internationalisme, zoals die bepleit werd door Jürgen Habermas (blz. 71). Het ‘scheiden van burgerschap van het idee van natie en volk’, is geen goed idee volgens Del Valle, waarmee hij de Italiaanse katholieke historicus Roberto De Mattei volgt (blz. 72).

Het Westen begint volgens Del Valle te lijken op wat Benjamin Barber Mc World heeft gedoopt: een leeg en oppervlakkig consumentisme, een mengeling van Hollywood, hamburgercultuur en globalisme. Twee reacties zijn dan mogelijk. Ofwel de jihad van een radicale identitaire reactie, ofwel het herstel van de souveraine natiestaat. Alleen de tweede optie is zinnig.





Dat de renaissance niet gebeurt, is de fout van de politieke elites en progressieve intellectuelen. Uiteraard zijn niet alle politici en intellectuelen slecht geïnformeerd. Lovende lijntjes zijn er voor Sarkozy, Giscard d’Estaing, Aznar en Berlusconi, voor Alain Finkielkraut en Pascal Bruckner. De rest heeft geen ruggengraat en werkt met dubbele standaarden. Waar Europa zich gewillig laat beladen met alle zonden van Israël, wordt hypocriet weggekeken van al het onheil dat in naam van andere beschavingsmodellen begaan werd en wordt. De islamo-Arabische slavernij duurde langer en was en fin de compte veel erger dan de Westerse. De Senegalese antropoloog en kroniekschrijver van de Afrikaanse diaspora Tidiana N’Diaye, afstammeling van een Antilliaanse slaaf, vindt dat het verzwijgen van het Afrikaanse aandeel in de slavenhandel een misdaad tegen de menselijkheid is. De destructie van de planeet is geen exclusief Westers exploot. Het trauma van de kruistochten is een fabeltje dat pas in de 19e eeuw de geesten veroverde. Al-Andaluz was helemaal niet tolerant en de monniken wisten heus al langer wat de Grieken vertelden. Torquemada was een uitzondering … In hoofdstuk drie, waar vooral de historicus de pen vasthoudt, is Het Avondlandcomplex best te pruimen, al blijft enige kritische reserve aanbevolen.

De Valle verdedigt met vuur het Westen, maar neemt het woord superioriteit zelf liever niet in de mond. Dat laat hij letterlijk doen door Ibn-Warraq (blz. 191), een ex-moslim en opiniemaker van Pakistaanse komaf. Die Europese superioriteit ligt vooral in het personalisme – het individu staat centraal – en het universalisme. Gezien de haat die her en der tegen het Westen bestaat, moeten we die kernwaarden niet langer uitdragen, maar vooral voor onszelf hoog houden. Die haat voor het Westen is echter niet waar Del Valle het over wil hebben. Zijn grootste probleem is de houding van het Westen zelf: de eindeloze zelfkritiek, het zich laten beladen met zonden, een teveel aan Gesinnungsethik en te weinig Verantwortungsethik (Max Weber).

Del Valle droomt van een nieuwe Westerse wereld vol zelfacceptatie en trots. Die toekomst bestaat idealiter uit een alliantie van Europa, Noord- en Zuid-Amerika en Rusland. Turkije hoort daar uitdrukkelijk niet bij. Daar maakt de schrijver een punt van. Waarom Rusland wel wordt nooit echt duidelijk – zelfs het Frans van Dostojevski wordt niet aangehaald — wat binnen de geopolitieke ambitie van het boek flink teleurstelt. Niet alles wat Del Valle vertelt snijdt hout en de rechtse en conservatieve kijk op de dingen is overduidelijk, maar er is nergens een oproep tot geweld of andere onzin. Een aantal van zijn bedenkingen hoor je niet enkel van rechts komen. Het grootste nadeel van het boek is dat het weinig nieuws te bieden heeft en allicht vooral lezers zal aanspreken die meteen meeknikken. Del Valle is niet mijn ding, maar het kan nooit kwaad even te lezen wat andersdenkenden schrijven. Alleen is dat grootste nadeel er dan weer.


BUY THE BOOK HERE




A la une